Zes volwassenen met een ernstige pinda-allergie zijn beter bestand geworden tegen pinda’s nadat ze capsules met de ontlasting van een gezonde donor hadden ingeslikt. Dat blijkt uit een kleine klinische studie van het Boston Children’s Hospital, gepubliceerd in Science Translational Medicine. Het onderzoeksteam onder leiding van Rima Rachid en Talal Chatila toonde niet alleen aan dat een op het darmmicrobioom gebaseerde behandeling de allergie kan verlichten, maar ontrafelde ook hoe darmbacteriën, hun stofwisselingsproducten en het afweersysteem samen bepalen of een patiënt reageert op de therapie. Het gaat om een eenmalige behandeling waarvan het effect maanden later nog meetbaar was.
- Vijftien volwassenen met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar namen elk 36 capsules met donorontlasting in.
- Vier maanden later konden zes deelnemers meer pinda verdragen zonder allergische reactie.
- Bij deelnemers die reageerden waren verhoogde niveaus van galzouten gemeten, wat op het werkingsmechanisme wijst.
- Een grotere, gerandomiseerde studie bij tieners van 12 tot 17 jaar loopt nu.
Zesendertig capsules op een dag, tolerantie na vier maanden
Aan de studie namen vijftien volwassenen met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar deel. Zij kregen al allergische reacties zoals huiduitslag of gezwollen lippen bij minieme sporen van pinda. Verspreid over een dag slikten zij elk 36 capsules met de ontlasting van een gezonde donor zonder voedselallergie, met de bedoeling hun darmen te koloniseren met de darmbacteriën van die donor.
Toen ze vier maanden later werden getest, konden zes deelnemers grotere hoeveelheden pinda verdragen zonder allergische reactie. De meesten verdroegen pindameel in een dosis die overeenkomt met één hele pinda; één deelnemer bleek zelfs bestand tegen alle geteste doses, tot het equivalent van vier hele pinda’s. “Deze reacties vertegenwoordigen een duidelijke verbetering”, aldus Rachid.
In een eerste ronde met tien deelnemers verbeterden er drie. In een volgende ronde kregen vijf deelnemers eerst antibiotica, om te zien of de donorbacteriën zich beter konden vestigen wanneer ze niet moesten concurreren met de eigen darmbewoners. Ook daar verbeterden er drie, wat suggereert dat antibiotica de overdracht efficiënter maakten. Andere deelnemers haakten af of werden niet toleranter, mogelijk omdat de donorbacteriën hun darmen niet koloniseerden.
Galzouten wijzen op hoe het werkt
Bij de deelnemers die op de therapie reageerden, waren de niveaus van galzouten in het bloed verhoogd in vergelijking met wie niet reageerde. Galzouten worden in de lever aangemaakt, in de galblaas opgeslagen en in de dunne darm afgegeven om vetten af te breken. De “goede” bacteriën uit de transplantaties bleken deze galzouten beter te verwerken, waardoor het aantal afweercellen toenam dat beschermt tegen allergische reacties.
“Voedselallergie weerspiegelt een falen van de orale tolerantie — het proces waarbij het darmafweersysteem leert voedsel te accepteren — en deze studie laat zien dat de juiste bacteriën dat proces kunnen helpen herstellen”, zegt Chatila.
In muizen die de ontlasting van reagerende deelnemers kregen, nam een darmbacterie genaamd Bacteroidales duizendvoudig toe. Dat sluit aan bij eerder onderzoek: bij 1400 Canadese kinderen bleek pinda-allergie in verband te staan met lage Bacteroidales-niveaus. Zulke bevindingen wijzen op een verband, niet op een bewezen oorzaak-gevolgrelatie.
Onderzoekers waarschuwen dat het nog vroeg is
Sommige deelnemers meldden bijwerkingen zoals diarree of buikpijn, maar die waren mild en van korte duur. Toch is voorzichtigheid geboden. John Ziegler van de University of New South Wales wijst erop dat het om een “kleine, open-label, ongecontroleerde studie” ging: alle deelnemers wisten dat ze de behandeling kregen, waardoor positieve reacties deels aan een placebo-effect kunnen liggen.
Voor een Nederlandstalige lezer met een pinda-allergie betekent dit dat er voorlopig niets verandert aan de dagelijkse praktijk. Pinda-allergie wordt nu vooral beheerd door pinda’s te vermijden en een adrenaline-pen (EpiPen) bij zich te dragen. Soms wordt orale immunotherapie ingezet, waarbij patiënten dagelijks steeds grotere doses pindapoeder innemen, maar dat regime is voor sommigen te belastend en de bescherming verdwijnt na stopzetting. Ook de deelnemers aan deze studie moeten pinda’s blijven mijden en hun EpiPen bij zich houden, omdat onbekend is hoelang het beschermende effect aanhoudt.
Een praktischer, gekoelde variant in de maak
Rachid leidt nu een grotere, gerandomiseerde studie bij kinderen van 12 tot 17 jaar met pinda-allergie, in samenwerking met Alexander Khoruts van de University of Minnesota. Daarbij worden geen “poeppillen” gebruikt, maar een gezuiverde, geconcentreerde vorm van microben die in een gewone koelkast kan worden bewaard. Patiënten nemen de capsules thuis in onder medisch toezicht. Een derde studie onderzoekt de combinatie van deze geconcentreerde formule met orale immunotherapie voor pinda.
Zou u of iemand in uw omgeving met een voedselallergie een dergelijke microbioomtherapie overwegen als ze op de markt komt? Laat het weten in de reacties.





























