Waar je woont en hoe je lichaam eruitziet, blijkt mede te bepalen of je met een eetstoornis specialistische hulp krijgt. Dat is de opvallende conclusie van een grootschalige studie naar huisartsgegevens in Engeland en Noord-Ierland, geleid door onderzoekers van King’s College London. In de gegevens van meer dan 35.000 volwassenen met een eetstoornisdiagnose werden duidelijke regionale verschillen zichtbaar: in sommige landsdelen was de kans op doorverwijzing beduidend groter dan in andere. De kernbevinding is echter breder: het merendeel van de gediagnosticeerde patiënten werd nooit doorverwezen naar gespecialiseerde behandeling binnen de Britse gezondheidsdienst NHS.
- Van 35.404 onderzochte volwassenen met een eetstoornisdiagnose had 75,8% (26.822 mensen) geen enkele verwijzing naar specialistische zorg.
- Ondergewicht vergrootte de kans op doorverwijzing bij anorexia nervosa, maar verkleinde die juist bij bulimia nervosa en andere diagnoses.
- Vrouwen werden bijna twee keer zo vaak doorverwezen als mannen, en de doorverwijskansen verschilden per regio.
Onderzoekers doorzochten dertien jaar aan huisartsgegevens
Het onderzoek maakte gebruik van geanonimiseerde eerstelijnsgegevens uit de Clinical Practice Research Datalink (CPRD Aurum), met dossiers uit de periode 2010 tot 2023. Daarin identificeerden de onderzoekers 35.404 volwassenen tussen 18 en 80 jaar met minstens één eetstoornisdiagnose. Van hen bleek geen dossieraantekening van een verwijzing naar gespecialiseerde diensten te bestaan bij 26.822 personen, oftewel 75,8 procent.
De studie werd geleid door Chloe Gao en Jessica Wilkins van het Center for Research in Eating and Weight Disorders aan het Institute of Psychiatry, Psychology & Neuroscience (IoPPN) van King’s College London, samen met collega’s van de University of British Columbia en de South London and Maudsley NHS Foundation Trust. De resultaten verschenen in het tijdschrift The Lancet Primary Care.
Gewicht werkt bij verschillende diagnoses tegengesteld uit
Een van de meest opvallende patronen is de rol van het lichaamsgewicht. Ondergewicht vergrootte de kans op een verwijzing bij anorexia nervosa fors, maar verkleinde die kans juist bij bulimia nervosa, bij ‘andere gespecificeerde voedings- of eetstoornissen’ en bij algemene eetstoornisdiagnoses. Voor de vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis (ARFID) en de eetbuistoornis was het verband statistisch niet significant, al wijzen de onderzoekers erop dat de aantallen daar kleiner waren.
“Drie op de vier mensen in ons onderzoek met een door de huisarts geregistreerde eetstoornisdiagnose werden niet doorverwezen voor specialistische behandeling”, stelt Gao.
Volgens haar zegt dit iets over hoe artsen worden opgeleid om risico te herkennen. “Ondergewicht maakte echt een verschil bij anorexia nervosa, maar bij diagnoses als bulimia nervosa werkte het precies andersom. Dat is een patroon waar huisartsen en zorgdiensten aandacht aan zouden moeten besteden, zeker gezien hoezeer het varieerde tussen de diagnostische categorieën.”
Verschillen tussen mannen, vrouwen en regio’s
In alle modellen van de studie hadden vrouwen aanzienlijk grotere kans op doorverwijzing dan mannen. Ook de regio speelde mee: in het zuidoosten en noordwesten van het land lag de kans op verwijzing hoger dan in het noordoosten, het zuidwesten en de West Midlands.
“Eetstoornissen komen voor bij mensen van alle vormen en maten”, aldus Wilkins. “Onze gegevens suggereren dat verwijsbeslissingen nog altijd worden gestuurd door iemands gewicht in plaats van door de symptomen. We zagen ook vrouwen bijna twee keer zo vaak verwezen als mannen, en echte regionale verschillen.” Dat wijst volgens haar op inconsistentie, zowel in hoe eetstoornissen worden opgemerkt als in de toegang tot behandeling.
Wat de bevindingen wel en niet aantonen
Het gaat hier om een cross-sectionele analyse van routinematig verzamelde zorggegevens. Zo’n opzet legt statistische verbanden bloot, maar bewijst geen oorzaak en gevolg: de studie laat zien dat gewicht, geslacht en regio samenhangen met de kans op doorverwijzing, niet dat het één rechtstreeks het ander veroorzaakt. De cijfers hebben bovendien specifiek betrekking op de eerstelijnszorg in Engeland en Noord-Ierland.
Volgens Ulrike Schmidt, hoogleraar eetstoornissen aan het IoPPN, wijst het patroon erop dat huisartsen niet altijd de training, de instrumenten en de tijd hebben om eetstoornissen nauwkeurig te diagnosticeren. “We hebben verwijsroutes nodig die eetstoornissen herkennen ongeacht iemands lichaamsgewicht, en specialistische diensten die goed genoeg zijn uitgerust om iedereen die dat nodig heeft effectieve zorg te bieden.”
Herken je uit eigen ervaring of via naasten dat de huisarts vooral naar gewicht kijkt bij het inschatten van een eetstoornis? Deel hieronder respectvol je gedachten over hoe deze zorg beter kan.





























