Het opzetten van een ruimtebasis was tot nu toe een enorme onderneming: uitgestrekte terreinen, jarenlange civiele werken en installaties die decennia moesten blijven staan. Het Nieuw-Zeelandse ruimtebedrijf Rocket Lab wil dat volledig omdraaien met GHOST, een lanceersysteem dat in standaard zeecontainers past en in principe op elk vlak stuk grond kan worden opgebouwd. Het bedrijf presenteerde het concept, voluit Global Hypersonic & Orbital Spaceport Technology, als een modulair alternatief voor de klassieke, vaste lanceerbasis. De eerste inzet is voorzien in Alaska.
- GHOST verpakt een compleet lanceersysteem in standaard zeecontainers.
- Het project wordt mede gefinancierd door een contract van 266 miljoen dollar (ongeveer 245 miljoen euro) met de US Space Force.
- De eerste inzet komt op het Pacific Spaceport Complex in Kodiak, Alaska.
- De operationele testvlucht staat gepland voor 2027.
Groeiend ruimteverkeer zet bestaande basissen onder druk
De aanleiding is een sterk groeiend ruimteverkeer. Volgens Rocket Lab wordt verwacht dat het aantal lanceringen de komende jaren exponentieel toeneemt, waardoor steeds meer bedrijven bestaande lanceerbasissen willen uitbreiden of nieuwe willen bouwen in andere regio’s. Ook militair speelt de kwestie: de Amerikaanse minister van de luchtmacht Troy Meink noemde het tekort aan lanceerpunten de belangrijkste rem op de groei van het leger in de ruimte. Meer raketten lanceren vereist immers meer lanceerplatformen, en nieuwe basissen bouwen kost veel tijd.
Daar komt de geopolitieke dimensie bij. Snel op te zetten lanceerinfrastructuur laat toe om tegenstanders te verwarren, onvoorspelbare banen te benutten en toegang te krijgen tot polaire of sterk hellende banen. Voor Amerika biedt zo’n mobiel systeem ook een reservecapaciteit: mocht vaste infrastructuur bij een conflict worden uitgeschakeld, dan kan een verplaatsbare basis elders opnieuw beginnen te lanceren.
Alles in te vouwen containers
De kern van GHOST is dat het complete lanceerproces wordt herontworpen om demonteerbaar te zijn en in standaard zeecontainers te passen. Volgens Rocket Lab gaat het onder meer om de raketrappen zelf, grondondersteuning, apparatuur om brandstof te laden, vluchtbesturing, elektronica voor de veiligheidszone en telemetrie- en volgsystemen. Het systeem werkt met de kleine Electron-raket van het bedrijf en de HASTE-variant.
Juist omdat de Electron relatief klein is, komt het systeem toe met minder hardware dan grotere raketten zouden vergen — een voordeel dat concurrenten met zwaardere raketten niet zomaar kunnen kopiëren.
Het project leunt deels op een contract van 266 miljoen dollar (ongeveer 245 miljoen euro) met de US Space Force. Volgens Rocket Lab is er ook commerciële interesse van Amerikaanse bondgenoten die zelf ladingen in een baan willen brengen zonder zware bouwkosten of langlopende verplichtingen. “GHOST is het antwoord op lanceren waar en wanneer dan ook, en zonder compromis”, aldus oprichter en CEO Sir Peter Beck, die verwijst naar zowel raketverdediging en afschrikking als soevereine lanceercapaciteit voor bondgenoten.
Eerste inzet in Alaska, testvlucht in 2027
GHOST wordt als eerste ingezet op Launch Complex 4 op het Pacific Spaceport Complex in Kodiak, Alaska. Dat levert twee operationele platformen op, waardoor Rocket Lab in totaal zes lanceerplatformen krijgt, verspreid over beide halfronden. De operationele debuutvlucht staat gepland als een suborbitale testvlucht vanuit Alaska in 2027. GHOST is voorlopig eigendom van Rocket Lab en werkt uitsluitend met de eigen raketten; wel is denkbaar dat andere bedrijven het idee later oppikken.
Zie jij verplaatsbare lanceerbasissen als een logische volgende stap in de ruimtevaart, of vooral als een militair wapen? Deel je mening hieronder.





























