In veel westerse landen, waaronder landen met een hoog inkomen, blijft het aandeel baby’s dat volgens de aanbevelingen borstvoeding krijgt opvallend laag. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om baby’s de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven, maar wereldwijd haalt minder dan de helft van de zuigelingen die norm — en in veel welvarende landen ligt dat percentage nog beduidend lager. Uit een nieuwe internationale literatuurstudie blijkt nu dat routines op de kraamafdeling in de cruciale eerste 48 tot 72 uur na de bevalling daar mogelijk aan bijdragen. Het onderzoek verscheen in het Journal of Maternal-Fetal & Neonatal Medicine.
- Onderzoekers van de Sapienza-universiteit in Rome bekeken 78 wetenschappelijke bronnen uit onder meer de VS, Italië, Duitsland, Australië, India en Mexico.
- Drie veelvoorkomende overtuigingen op kraamafdelingen blijken niet door bewijs gestaafd.
- De WHO adviseert de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding, maar wereldwijd haalt minder dan de helft van de baby’s die norm.
De publicatie verschijnt tijdens de Wereldborstvoedingsweek, een jaarlijkse campagne van 1 tot 7 augustus die door de World Alliance for Breastfeeding Action samen met de WHO en UNICEF wordt gecoördineerd. Het onderzoek werd geleid door experts van de Sapienza-universiteit in Rome en stelt drie hardnekkige misvattingen ter discussie die moeders juist in de meest gevoelige beginfase kunnen tegenwerken.
Angst voor te weinig melk drijft moeders naar flesvoeding
Hoofdauteur Maria Di Chiara, kinderarts en gespecialiseerd in neonatologie, zag het probleem dagelijks op de afdeling. “Ik zag telkens moeders die overweldigd werden door de angst dat ze niet genoeg melk hadden, ondanks hun ongelooflijke inzet”, vertelt ze. “Mijn prioriteit is altijd geweest om eerst de moeder te steunen, en zo ook de baby. Die moeders hebben consistent, op bewijs gebaseerd advies nodig, geen tegenstrijdige boodschappen.”
Volgens de studie is colostrum — de eerste, sterk geconcentreerde melk die na de bevalling wordt geproduceerd — bij gezonde voldragen baby’s doorgaans voldoende om aan hun behoeften te voldoen. De hoeveelheid is fysiologisch afgestemd op de kleine maaginhoud en de voedingsbehoefte van een pasgeborene.
“Ervaren melktekort is wereldwijd de meest genoemde reden om vroeg flesvoeding te introduceren en om vroegtijdig met borstvoeding te stoppen”, zegt Di Chiara. “Maar in de meeste gevallen weerspiegelen die zorgen onrealistische verwachtingen, niet een echt probleem met de melkproductie.”
De auteurs benadrukken dat bijvoeden met flesvoeding wél gepast kan zijn wanneer daar een duidelijke medische reden voor is. Onnodig bijvoeden kan echter de borststimulatie verminderen, de melkproductie verlagen en de vrees voor een tekort versterken — een vicieuze cirkel die het op gang komen van de borstvoeding kan ondermijnen.
Fopspenen en kolven: twee routines zonder bewijs
Op veel kraamafdelingen wordt het gebruik van een fopspeen nog beperkt uit vrees dat die de borstvoeding zou verstoren. Volgens gerandomiseerde studies verkort een fopspeen bij gezonde voldragen baby’s echter noch de duur, noch de exclusiviteit van de borstvoeding. “Routinematige beperkingen op fopspenen worden niet ondersteund door het huidige bewijs en zouden heroverwogen moeten worden”, stelt co-auteur professor Gianluca Terrin van de afdeling Moeder en Kind van dezelfde universiteit.
Ook het vroeg inzetten van een elektrische borstkolf om de melkproductie te stimuleren, blijkt niet gefundeerd. De onderzoekers vonden weinig bewijs voor het routinematig introduceren van elektrische kolven in de eerste dagen. In sommige gevallen kan vroeg kolven de resultaten juist verslechteren doordat het het gevoel van een laag melkaanbod versterkt. Afkolven kan wel zinvol zijn bij een specifiek probleem, zoals een moeizame aanleg.
Wat dit betekent voor ouders en kraamzorg
De bevindingen zijn een literatuuroverzicht: ze vatten bestaand bewijs samen en pleiten voor het bijstellen van praktijken, maar veranderen op zich niets aan officiële richtlijnen. Voor ouders en zorgverleners betekent het vooral dat gangbare aannames op de kraamafdeling kritisch tegen het licht gehouden mogen worden. Omdat juist de eerste dagen bepalend zijn voor het slagen van de borstvoeding, kan advies dat aansluit bij het best beschikbare bewijs volgens de auteurs helpen om de resultaten te verbeteren.
Voor de studie namen Di Chiara en Terrin 78 gepubliceerde bronnen door, waaronder gerandomiseerde gecontroleerde studies, systematische reviews, meta-analyses en observationele cohortstudies uit onder meer de Verenigde Staten, Italië, Duitsland, Australië, India en Mexico.
Kreeg u tijdens uw kraamperiode advies over bijvoeden, fopspenen of kolven? Deel uw ervaring en laat weten of dit onderzoek herkenbaar aanvoelt.





























