Waarom krijgen sommige mensen zonder enige bekende risicofactor kanker, terwijl anderen met flinke risico’s de ziekte hun leven lang ontlopen? Het antwoord ligt mogelijk bij immuuneiwitten die bekendstaan als autoantistoffen (auto-Abs). Dat stelt een commentaar dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Cell, mede geschreven door een team waartoe Jean-Laurent Casanova behoort, hoogleraar aan het Center for the Genetics of Host Defense van UT Southwestern. Zijn onderzoeksgroep maakt deel uit van het ATLAS-team, dat eerder dit jaar een Cancer Grand Challenges-subsidie van maximaal 25 miljoen dollar (ongeveer 23 miljoen euro) ontving om de rol van deze eiwitten bij kanker te onderzoeken.
- Onderzoekers vermoeden dat autoantistoffen mede bepalen wie kanker ontwikkelt en hoe patiënten reageren op immunotherapie.
- Het ATLAS-team ontving een subsidie van maximaal 25 miljoen dollar (circa 23 miljoen euro).
- Het commentaar verscheen in het tijdschrift Cell.
“Er is voldoende bewijs dat het immuunsysteem een belangrijke rol speelt bij kanker”, zegt Casanova. “Onze taak is om vast te stellen of er autoantistoffen bestaan die bescherming tegen kanker kunnen bieden of de uitkomst van kanker sturen — kennis die een diepgaande impact kan hebben op risico-inschatting en behandeling.”
Wat autoantistoffen precies zijn
De mens beschikt over miljarden verschillende antistoffen: eiwitten die het immuunsysteem willekeurig aanmaakt en die zich kunnen binden aan moleculen, antigenen genoemd, op onder meer bacteriën, virussen, schimmels, gifstoffen of allergenen. Antistoffen kunnen die bedreigingen neutraliseren of markeren zodat afweercellen ze opruimen. Bij mensen met een auto-immuunziekte gaat het echter mis: de antistoffen binden zich per ongeluk aan normale lichaamseigen moleculen, waardoor het immuunsysteem gezonde cellen en weefsels aanvalt.
Eerder onderzoek onder leiding van Casanova toonde aan dat autoantistoffen zich kunnen richten op moleculen die cytokinen heten — stoffen die het immuunsysteem gebruikt om infecties te bestrijden. Wetenschappers hebben tot nu toe autoantistoffen ontdekt tegen ongeveer een dozijn van de circa vijftig bekende cytokinen. Die autoantistoffen zijn in verband gebracht met een groeiend aantal infectieziekten en, recenter, met een ontstekingsaandoening.
Van infectieafweer naar kankeronderzoek
Naarmate duidelijker werd hoe het immuunsysteem met kanker interacteert — inzichten die hebben geleid tot immunotherapieën zoals checkpointremmers en CAR-T-cellen — groeide de hypothese dat andere autoantistoffen ook de ontwikkeling en groei van kanker kunnen beïnvloeden.
Om die gedachte te toetsen, gaat het ATLAS-team, geleid door Paul Bastard van het Imagine Institute van het Necker-ziekenhuis voor zieke kinderen in Parijs, autoantistoffen in kaart brengen bij een grote en diverse groep vrijwilligers. Daartoe behoren mensen met genetische syndromen of gedrag dat kanker in de hand werkt — zoals zware rokers — die de ziekte tóch zijn ontlopen, ouder wordende mensen onder wie honderdplussers, eeneiige en twee-eiige tweelingen, en kankerpatiënten voor, tijdens en na hun immunotherapie.
Volgens Casanova kunnen onderzoekers, door de rol van autoantistoffen bij kanker beter te begrijpen, nieuwe manieren ontwikkelen om het kankerrisico van patiënten te verlagen of bestaande ziekte doeltreffender te behandelen.
Wat dit voor patiënten zou kunnen betekenen
Het is belangrijk te benadrukken dat het hier gaat om een onderzoekshypothese en een onderzoeksprogramma dat nog moet worden uitgevoerd. Mocht blijken dat bepaalde autoantistoffen daadwerkelijk beschermen tegen kanker of de uitkomst beïnvloeden, dan zou dat op termijn kunnen leiden tot preciezere risico-inschattingen: artsen zouden mogelijk kunnen voorspellen wie een verhoogd risico loopt, ongeacht klassieke factoren zoals roken of erfelijke aanleg. Ook zou het kunnen verklaren waarom immunotherapie bij de ene patiënt aanslaat en bij de andere niet. Concrete toepassingen liggen echter nog ver weg.
Het onderzoek bouwt voort op decennialang werk van het Casanova-lab naar aangeboren afweerstoornissen — genetische aandoeningen die de werking van het immuunsysteem aantasten. In dertig jaar tijd brachten Casanova en zijn collega’s meer dan tachtig genen in kaart die, wanneer ze gemuteerd zijn, het lichaam belemmeren om specifieke infecties zoals griep, het westnijlvirus en COVID-19 te bestrijden. Juist dat onderzoek naar aangeboren afweerstoornissen bracht het lab op het spoor van autoantistoffen tegen cytokinen, omdat de gevolgen ervan sterk lijken op die van erfelijke afweerdefecten.
Denkt u dat inzicht in ons eigen afweersysteem de kankerbestrijding fundamenteel kan veranderen? Deel hieronder uw kijk op dit onderzoek.



























