Waarom voelt het uitzetten van de lichten of het scheiden van afval soms effectiever voor het klimaat dan afzien van een vliegreis? Een team van de Universiteit van Genève (UNIGE) legde die vraag voor aan bijna 3.000 mensen en bracht de psychologische mechanismen in kaart die achter deze denkfouten schuilgaan. De onderzoekers analyseerden 32 individuele klimaatacties en concluderen dat mensen bescheiden maatregelen stelselmatig overschatten, terwijl ze de impact van veel effectievere keuzes juist onderschatten. De resultaten, gepubliceerd in Nature Sustainability, moeten de weg vrijmaken voor gerichtere communicatie over gedrag dat de uitstoot van broeikasgassen werkelijk terugdringt.
- Onderzoekers van UNIGE ondervroegen bijna 3.000 mensen over 32 individuele klimaatacties.
- Twee psychologische biases verklaren waarom kleine acties worden overschat en grote onderschat.
- De studie verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Sustainability.
Centraal in het onderzoek staat het begrip koolstofcompetentie: het vermogen om correct in te schatten welke invloed verschillende individuele acties hebben op de uitstoot van broeikasgassen. Wie daar goed in is, kan de meest doeltreffende manieren herkennen om de uitstoot te verminderen. Toch blijkt die competentie bij de bevolking beperkt, aldus de onderzoekers — zelfs bij mensen die zich sterk om het milieu bekommeren.
Recyclen wordt overschat, vliegen onderschat
“We selecteerden 32 individuele acties, gaande van gedrag met weinig impact tot gedrag met veel groter milieuvoordeel. Vervolgens analyseerden we hoe deelnemers het positieve effect inschatten wanneer een gemiddeld persoon die acties zou toepassen”, legt Mario Herberz uit, postdoctoraal onderzoeker aan het Consumer Decision and Sustainable Behaviour Laboratory van UNIGE en eerste auteur van de studie. “Voor zover wij weten is dit de eerste studie die zo’n breed scala aan acties zo gedetailleerd onderzoekt.”
De meest overschatte acties met beperkte impact zijn volgens het onderzoek, in volgorde: recyclen, gebruik van gerecycleerde materialen, de aankoop van zuinigere huishoudtoestellen, betere woningisolatie en telewerken. Nuttige gedragingen, benadrukken de onderzoekers, maar met een begrensd effect op de uitstoot. Omgekeerd worden juist de meest doeltreffende maatregelen onderschat: afzien van vliegreizen, autoloos leven, overstappen op een elektrische wagen, langeafstandsvluchten vermijden en groene stroom afnemen.
Twee denkfouten sturen ons oordeel
Die kloof valt volgens het team te verklaren door twee psychologische biases. De eerste is de “beschikbaarheidsheuristiek”, een mentale kortere weg waarbij mensen een actie effectiever achten naarmate ze er sneller aan denken. “Hoe vaker een actie in de media aan bod komt of op school wordt besproken, hoe makkelijker ze in gedachten opkomt en hoe eerder mensen ze als doeltreffend beschouwen”, aldus Herberz.
De tweede is “gemotiveerd redeneren”, dat een positief zelfbeeld in stand houdt. “Mensen neigen te geloven dat de acties die ze zelf al ondernemen effectiever zijn, want die overtuiging laat hen toe een positief zelfbeeld te bewaren”, zegt de onderzoeker.
Opvallend: net wie sterke milieuwaarden koestert, blijkt geneigd om de impact van klimaatacties in het algemeen te overschatten.
Wie daarentegen beter overweg kan met cijfers, geeft nauwkeuriger schattingen en laat zich minder door deze biases meeslepen.
Waarom één standaardaanpak niet volstaat
Om de misvattingen bij te sturen testte het team verschillende ingrepen. Zo gingen ze na welk effect het louter aanbieden van een lijst met acties met grote impact had op de schattingen van de deelnemers. Ook onderzochten ze of mensen hun inschatting konden verbeteren aan de hand van twee indicatoren: de gedragskost van een actie (hoe meer inspanning, tijd of geld ze vraagt, hoe waarschijnlijker een grote impact) en de sociale verspreiding ervan (hoe zeldzamer een gedrag binnen de bevolking, bijvoorbeeld in de VS, hoe groter doorgaans het potentieel om uitstoot te verminderen).
“De resultaten tonen dat de doeltreffendheid van die ingrepen sterk verschilt van persoon tot persoon, vooral naargelang hun vermogen om gedragskost of sociale verspreiding als aanwijzing voor de werkelijke impact te gebruiken”, zegt Herberz. “De uitdaging is dus om bewustmakingscampagnes af te stemmen op verschillende bevolkingsprofielen — die nog gedefinieerd moeten worden — om deze denkfouten beter te corrigeren.”
Voor beleidsmakers en communicatiecampagnes betekent dit dat algemene boodschappen die iedereen over één kam scheren, wellicht hun doel voorbijschieten. Het onderzoek suggereert dat gerichte communicatie, toegesneden op hoe verschillende groepen informatie verwerken, mensen kan helpen kiezen voor gedrag dat de uitstoot daadwerkelijk vermindert — en voor beleid dat hetzelfde doet.
Welke klimaatactie dacht u tot nu toe dat het meeste verschil maakte — en verandert dit onderzoek uw beeld? Deel het in de reacties.





























