Supercentenariërs zijn de zeldzaamste ouderen ter wereld: mensen die de leeftijd van 110 jaar bereiken of overtreffen. In Japan, waar deze bevolkingsgroep intensief wordt bestudeerd, telt het land volgens de nationale volkstelling zo’n 150 van hen. Een team rond Kosuke Hashimoto van de Universiteit van Osaka onderzocht wat hun immuunsysteem onderscheidt van dat van jongere leeftijdsgroepen. De uitkomst, gepubliceerd in het vaktijdschrift Cell Reports, wijst op een opvallende overvloed aan een zeldzaam type afweercel dat kankercellen kan opsporen en doden. Dat suggereert dat het immuunsysteem op extreem hoge leeftijd niet louter aftakelt, maar zich blijft aanpassen.
- Bij mensen van 110 jaar en ouder maakten zogenoemde CD4 CTL-cellen ruim 17 procent van de T-cellen uit, tegen 4 procent bij 70- tot 99-jarigen.
- De afweercellen tonen geen tekenen van uitputting en herkennen mogelijk kankergerelateerde doelwitten.
- Het onderzoek is klein en bewijst niet dat deze cellen kanker voorkomen of het leven verlengen.
Een zeldzame afweercel als handtekening van hoogbejaarden
Het menselijke immuunsysteem beschikt over gespecialiseerde cellen die CD4 cytotoxische T-lymfocyten (CD4 CTL’s) heten. Deze cellen kunnen tumorcellen doden en vermenigvuldigen zich sterk wanneer het lichaam onder vuur ligt, een proces dat klonale expansie wordt genoemd. In eerder werk hadden de onderzoekers deze cellen al aangewezen als een kenmerkende signatuur van supercentenariërs.
“CD4 CTL’s vormen een atypische en relatief zeldzame T-celpopulatie”, zegt Hashimoto. “Hun opvallende toename bij supercentenariërs kan belangrijke aanwijzingen geven over hoe het immuunsysteem op extreem hoge leeftijd in stand blijft.”
Aandeel van de cellen stijgt mee met de leeftijd
De onderzoekers analyseerden bloedstalen van 28 volwassenen, verdeeld over drie leeftijdsgroepen: acht mensen van 70 tot 99 jaar, tien van 100 tot 109 jaar en tien van 110 jaar en ouder. Het aandeel CD4 CTL’s binnen het totale aantal T-cellen nam toe met de leeftijd, met mediane percentages van respectievelijk 4 procent, 9,6 procent en 17,6 procent.
De toename lijkt rond de leeftijd van honderd jaar te beginnen, al was het fenomeen niet exclusief voor de oudsten: één deelnemer jonger dan honderd had het hoogste aandeel van deze cellen. Volgens Hashimoto is de kleine omvang van de studie te verklaren door de zeldzaamheid van de doelgroep. “Het lijken weinig personen, maar met slechts zo’n 150 supercentenariërs in Japan is tien een substantieel aantal.”
Klonen wijzen op aanhoudende dreigingen
Het team bekeek vervolgens de T-celreceptoren van de deelnemers en stelde vast dat klonale expansie de stijging aandrijft. De meest prominente kloon vertegenwoordigde gemiddeld 33,3 procent van de CD4 CTL’s; bij één honderdjarige nam een enkele kloon zelfs 53,8 procent voor zijn rekening. Dat wijst erop dat ouderen mogelijk reageren op hardnekkige, aanhoudende bedreigingen voor hun afweer.
Toen de onderzoekers de receptorsequenties van de dominante klonen vergeleken met een openbare databank, bleken bijna drie dozijn overeenkomsten toe te behoren aan mensen met kanker, meer bepaald long-, borst- en leverkanker. Geen van de bestudeerde ouderen had een dergelijke diagnose. De cellen toonden bovendien geen tekenen van T-celuitputting, het verlies van het vermogen om bijvoorbeeld kanker- of virusgeïnfecteerde cellen op te ruimen.
“Sommige CD4 CTL’s herkennen mogelijk kankergerelateerde doelwitten, al blijft hun exacte doel onbekend”, zegt Hashimoto.
Wat de bevinding wel en niet betekent
Voor de lezer is het belangrijk te begrijpen wat hier wél en niet is aangetoond. De studie richtte zich op T-cellen die in het bloed circuleren en levert geen bewijs dat een overvloed aan CD4 CTL’s kanker voorkomt of dat iemand er langer door leeft. Het gaat om een waargenomen samenhang, geen oorzaak-gevolgrelatie. De onderzoekers benadrukken dat het bewijs voorlopig is; als volgende stap willen ze bestuderen hoe de cellen zich in menselijk weefsel gedragen.
De gedachtegang erachter is als volgt: naarmate mensen ouder worden, komen afwijkende cellen zoals verouderde en kankercellen vaker voor. “Onze bevindingen suggereren dat immuunaanpassing aan deze veranderingen kan bijdragen aan een uitzonderlijk lange levensduur”, zegt Hashimoto. Zou men later begrijpen waarom deze cellen bij sommige zeer oude mensen uitbreiden en wat ze aanvallen, dan zou dat op termijn kunnen helpen om die gunstige afweerreactie ook bij anderen na te bootsen — een perspectief dat vooralsnog theoretisch blijft.
Het onderzoek sluit aan bij eerder werk naar extreme ouderdom. Manel Esteller van het Sant Pau-onderzoeksinstituut in Barcelona bestudeerde María Branyas Morera, tot haar overlijden in 2024 op 117-jarige leeftijd de oudste vrouw ter wereld. Volgens hem laat het werk van Hashimoto zien dat supercentenariërs “verrijkt” zijn met immuuncellen die bedreigingen en vermoedelijk ook kankercellen aanvallen. “María maakte veel infecties door, maar kon zich tegen allemaal verweren”, zegt Esteller. “Ze was de oudste bekende persoon in Spanje die het covid-19-virus opliep en bleef daarbij symptoomloos.”
Wat denkt u: ligt de sleutel tot een uitzonderlijk lang leven vooral in onze genen, onze levensstijl of ons immuunsysteem? Deel uw kijk hieronder.






























