De vraag hoe schadelijk eindeloos scrollen en likes zijn voor kinderen, houdt ook in Europa de gemoederen bezig. Deze week krijgt die discussie een spraakmakend juridisch vervolg in de Verenigde Staten: techbedrijf Meta, eigenaar van Facebook en Instagram, moet zich vanaf dinsdag verantwoorden voor een federale rechtbank in Oakland, Californië. Verschillende Amerikaanse staten verwijten het bedrijf dat het bewust verslavende functies heeft ontworpen die kinderen en tieners aan het scherm gekluisterd houden. De geëiste schadevergoeding kan in theorie oplopen tot 1,4 biljoen dollar, een bedrag dat vrijwel de volledige beurswaarde van Meta beslaat.
- De rechtszaak start dinsdag voor een federale rechtbank in Oakland, Californië.
- Vier staten — Californië, Colorado, Kentucky en New Jersey — treden op als eisers; 25 andere staten volgen later.
- Meta stelt dat de staten schadevergoedingen eisen tot 1,4 biljoen dollar en noemt dat bedrag “buitensporig”.
- De zaak draait om verslavende functies en het verzamelen van gegevens van kinderen onder de 13 jaar.
De aanklacht stelt dat Meta heeft bijgedragen aan een mentale gezondheidscrisis onder jongeren. Volgens de eisers heeft het bedrijf “krachtige en ongekende technologieën ingezet om jongeren en tieners te verleiden, te binden en uiteindelijk te vangen”, met winst als drijfveer. Daarnaast zou Meta stelselmatig gegevens verzamelen van kinderen jonger dan dertien jaar zonder toestemming van hun ouders, wat volgens de aanklagers in strijd is met de federale Amerikaanse wet ter bescherming van de online privacy van kinderen (COPPA).
Vier staten trappen af, tientallen andere volgen later
De zaak komt voort uit een rechtszaak die tientallen staten in 2023 aanspanden, na een breed onderzoek naar de veiligheidspraktijken van het bedrijf. In deze eerste procedure, onder leiding van rechter Yvonne Gonzalez Rogers, treden Californië, Colorado, Kentucky en New Jersey op als eisers. Zij stellen dat Meta consumentenbeschermingswetten heeft overtreden door het publiek bewust te misleiden over de veiligheid van zijn apps. Nog eens 25 andere staten hebben zich bij het COPPA-onderdeel van de zaak aangesloten en krijgen naar verwachting later een eigen proces.
Tijdens de zitting kunnen topfunctionarissen van Meta getuigen, mogelijk ook topman Mark Zuckerberg zelf. Vorige week mislukte een laatste poging van Meta om de zaak te laten seponeren.
Waarom het astronomische bedrag onwaarschijnlijk is
Het cijfer van 1,4 biljoen dollar dook op in een gerechtelijk stuk van Meta zelf. Het bedrijf noemt het bedrag “buitensporig” en “losgezongen van enige beweerde overtreding”. “Een sanctie van die omvang kent geen precedent in de geschiedenis van consumentenbescherming”, aldus Meta in een processtuk. Rechter Rogers zou het bedrag al als “onredelijk” hebben bestempeld, maar nam ook aanstoot aan de tegenschatting van Meta, dat de schade op zo’n vier miljoen dollar becijferde.
Juristen benadrukken dat een boete in de buurt van de 1,4 biljoen onwaarschijnlijk is. “Het is niet plausibel, in de zin dat Meta zoveel geld niet heeft en ook niet kan ophalen”, zegt hoogleraar James Grimmelmann van Cornell Law School. “Een zo grote schadevergoeding zou Meta in een faillissement storten, de eigenaren wegvagen en er feitelijk toe leiden dat de staten Meta bezitten.” Rechters leggen in dat soort zaken zelden de maximale boete op, aldus Grimmelmann. Toch is de inzet hoog: “De procureurs-generaal gaan voor het onderste uit de kan”, zegt hoogleraar Eric Goldman van Santa Clara University.
Wat dit voor Meta — en de gebruiker — betekent
De rechtszaak is er één uit duizenden die Meta boven het hoofd hangen over gebruikersveiligheid. Eerder dit jaar verloor het bedrijf al twee spraakmakende zaken, in Los Angeles en New Mexico; tegen beide uitspraken gaat Meta in beroep. Een nieuwe nederlaag zou niet alleen financieel pijn doen, maar ook andere lopende zaken een makkelijkere weg banen. Dat maakt deze procedure mogelijk richtinggevend: de staten willen naar eigen zeggen een definitief precedent vestigen.
De juridische kosten lopen intussen op: Meta gaf naar eigen zeggen in het tweede kwartaal alleen al 2,4 miljard dollar aan rechtszaken uit, en boekte vorige maand een zeldzame winstdaling.
Meta bestrijdt de beschuldigingen en stelt dat het bewijs tijdens het proces zijn inzet voor jongeren zal aantonen. “We hebben geluisterd naar ouders, samengewerkt met experts en met de politie, en diepgaand onderzoek gedaan”, aldus het bedrijf. Volgens een woordvoerder zijn de claims “ongefundeerd” en de financiële eisen “sterk buitenproportioneel”, en probeert men Meta te straffen voor “sectorbrede uitdagingen zoals leeftijdsverificatie”.
Voor Europese lezers is de zaak relevant omdat dezelfde apps hier miljoenen jongeren bereiken en het debat over schermtijd, verslavende functies en leeftijdscontrole ook binnen de EU volop speelt. Een uitspraak in de VS kan het bredere gesprek over de verantwoordelijkheid van techbedrijven verder aanwakkeren, ook al gelden in Europa eigen privacy- en platformregels.
Zou een boete Meta echt dwingen om Facebook en Instagram minder verslavend te maken, of pakken alleen strengere regels het probleem bij de wortel aan? Deel uw mening.






























